Posted by Melinde on Feb 10, 2009 in
Uit het vuistje
In onze kast prijkt sinds ongeveer anderhalve maand een ijsmachine. Met dank aan Mathijs, die Hoofd Onderhandelen is, kochten we het nog nooit gebruikte apparaat van Philips voor een prikkie via marktplaats. De koop vond plaats op een ijskoude, witbesneeuwde maandagavond begin januari, een toepasselijk moment om weg te dromen bij de koelte van zelfgemaakt ijs.
Sindsdien heb ik al vele malen dankbaar gebruik gemaakt van de ijsmachine. Ik kan het iedereen aanraden. Als je eenmaal de zachte, smeuïge structuur hebt geproefd van zelfgemaakt ijs, wil je niet meer anders. In januari heb ik me vooral geconcentreerd op allerlei varianten yoghurtijs (dit in het kader van de goede voornemens); frambozen, aardbei, banaan, kaneel en ananas. Stuk voor stuk verrassend lekker, al moet ik bij de banaan nog de juiste verhouding banaan-suiker-yoghurt vinden.
Vriendinnetjes Petra en Anne kwamen afgelopen zaterdag bij me eten. Ik had nogal lovend over mijn nieuwe apparaat georeerd en Anne had zo ongeveer geëist dat ik kaneelijs maakte. Ik had geen keus: kaneelijs zou het worden. Wandelend over de markt ’s ochtends raakte ik geïnspireerd door de verse stroopwafelkraam en dus werd het kaneelijs met stukjes stroopwafel. Ik zocht een recept op dat iets lastiger was dan het yoghurtijs (alles mengen met de staafmixer en hup in de machine). Ik moest room koken met een kaneelstokje en dat dan roeren door een mengsel van eidooiers en suiker. Alles in de machine en op het laatste moment de stukjes stroopwafel erbij.
Nou mag ik mezelf eigenlijk niet op de borst kloppen, dus alle hulde gaat naar het apparaat, maar wat was dat lekker! Heerlijk romig kaneelijs, niet te zoet, smeuïg en zacht met plakkerige stukjes stroopwafel die zorgden voor een kleine ‘bite’. Echt, een ijsmachine: ik kan het iedereen aanraden. Dat belooft wat voor komende zomer; lang buiten natafelen tijdens zwoele avonden, opgefrist door smaakvol ijs. Nu alleen nog dat huis met die zonnige tuin erbij.
Posted by Melinde on Feb 10, 2009 in
Uit het hoofd
Mijn gezicht spreekt boekdelen. Sommige mensen hebben van nature een poker- (of poep)gezicht. De ogen uitdrukkingsloos, de mond een streep en de kaken strak. Geen greintje emotie te vinden op het uitgestrekte gelaat. Zoniet bij mij. Als ik iets leuk vind, dan is dat overduidelijk. Opgekrulde mond, stralende ogen inclusief lachrimpeltjes en zo nu en dan zelfs aangevuld met wat blije kreetjes of een bulderend lachsalvo. Als ik teleurgesteld ben of het even niet zie zitten, dan hangen mijn mond en ogen, en meestal ook mijn schouders. Eenmaal verdrietig dan schieten de tranen razendsnel tevoorschijn en als ik iets niet leuk vind dan maakt de uitdrukking op mijn gezicht dat haarfijn duidelijk.
Bovendien ben ik in mijn mimiek een meelevend persoon. Wanneer vrienden een zielig, grappig of interessant verhaal vertellen, ben ik overduidelijk verdrietig, blij of hang ik aan hun lippen. Datzelfde geldt voor televisieprogramma’s. Ik kan bij Onderweg Naar Morgen een traantje wegpinken, brul zo nu en dan keihard mee met zielige films of lig helemaal dubbel bij America’s Funniest Homevideo’s. Op zich is dat niet erg als je in je eentje thuis voor de televisie zit. En zelfs de blikken van Mathijs zijn nog te overkomen. Hij kijkt wel eens naar mij terwijl ik naar de tv kijk. Ik ga er dan helemaal in op en heb niet door dat zijn ogen op mij gericht zijn. Glimlachen, verbaasd kijken, een boze blik; de ene uitdrukking volgt de ander in rap tempo op. Meestal resulteert dat in een vertederde glimlach van Mathijs. En dan weet ik: ik doe het weer.
Het wordt alleen een ander verhaal op de sportschool. Health City heeft cardio-apparaten met televisieschermen erop gemonteerd. Je plugt een hoofdtelefoontje in het apparaat en volgt tijdens het sporten je favoriete programma’s. Een fantastisch idee, want als je in zo’n programma opgaat, vliegt de tijd. Voor mensen zoals ik heeft het alleen één groot nadeel: iedereen ziet wat ik van het programma vind. En die blikken zijn eigenlijk best intiem. Regelmatig betrap ik mezelf op stiekeme lachjes of een boze frons. Snel breng ik mijn gezicht dan weer terug in de plooi, maar toch. Het lijkt me erg vermakelijk voor de andere sporters, maar ik schaam me er een beetje voor.